Medische aansprakelijkheid en dito verzekeringen

http://www.gbs-vbs.org/gs/verslag97/jv97-6.htm#VIII

De Commissie die in 1996 op initiatief en onder leiding van collega T. ROBILLARD werd opgericht, heeft haar ingewikkelde werkzaamheden voortgezet. Op politiek vlak bleven de gevraagde en verwachte wetsaanpassingen zowel wat het verzekeringsaspect als de aansprakelijkheidstermijnen betreft, blijkbaar hangen niet alleen onder invloed van de alles overheersende maastrichtprioriteiten van de regering, doch vooral door het opduiken van een nieuw wetgevend initiatief zowel vanuit de CVP-fractie als vanwege de Minister van Volksgezondheid COLLA. We gaan hier aanstonds verder op in.

Een groot deel van de werkzaamheden van de Commissie waren gewijd aan het op punt-stellen van een veelzijdige en diepgaande enquÍte over de verzekeringsproblematiek : aard en draagwijdte van de dekking, klasse, verzekeraar, vorige verzekeraar, premie, type van dekking en termijn van tussenkomst, incidentie van schadegevallen, soort gevolg dat eraan werd gegeven, aard van de fout, de uitkering, enz... (cfr. De Geneesheer-Specialist - Speciaalnummer oktober 1997)

De vragenlijst is moeilijk te beantwoorden en heeft dan ook tot nog toe slechts een vijfhonderdtal antwoorden kunnen opleveren, wat globaal genomen misschien wel een interessant staal vertegenwoordigt, doch moeilijk tot evaluaties kan leiden op monodisciplinair niveau. De enquÍte wordt bijgevolg voortgezet. Vandaar ons verzoek aan de leden om toch de moeite te willen opbrengen hun vragenlijst in te sturen.

Ook heeft de Commissie tegelijkertijd belangrijke informatie verschaft i.v.m. de strategie die een arts moet volgen bij de keuze van de verzekeringspolis, vooral m.b.t. de anterioriteit en de posterioriteit van het risico. De invoering van het "claimsmade" systeem heeft immers geleid tot een totale verwarring, aangezien naast dit laatste, sommige verzekeraars zijn blijven werken volgens het principe van "schadeverwekkend feit", en andere zijn overgestapt naar het "loss occurrence" systeem met als eerste gevolg :

- hoe gedekt worden voor de latere gevolgen (buiten de 3 jaar-sfeer) van een medische fout?

en als tweede gevolg:

- gaat bij verandering van verzekeraar geen hiaat in de dekking ontstaan? (bvb. bij overstap naar een maatschappij die een ander dekkingsprincipe hanteert)

Deze laatste vraag is minstens even belangrijk als de eerste, als men weet dat een groot aantal artsen - zoals blijkt uit de eerste enquÍte-resultaten - van verzekeraar zijn veranderd in '95, '96 of '97 zonder zich hiervan de nodige rekenschap te geven.

De werkgroep heeft verder ook een grondig onderzoek verricht van het ontwerp van Minister COLLA over de Rechten van de PatiŽnt (en andere, reeds voordien in de loop van 1997 door dhr BROUNS van CVP-fractie opgestelde studiedocumenten), waarin een aantal nieuwe wettelijke opties worden ontwikkeld over belangrijke connexe thema's van de aansprake-lijkheidsproblematiek: de informatieplicht van de geneesheer, het zgn. "informed consent", het inzagerecht in het medisch dossier, en de geschillenregeling.

Dit nieuwe dossier zal ongetwijfeld belangrijke gevolgen hebben voor de medico-legale verzekeringsproblematiek, aangezien het ontwerp uitdrukkelijk voorziet (net zoals het CVP-voorstel) dat het ziekenhuis hoofdelijk aansprakelijk is voor alle schade van medische beroepsfouten, ongeacht het sociaal-rechtelijk statuut van de geneesheer. Ondanks dit laatste stellen wij ons toch vragen betreffende de consequenties voor de essentiŽle kenmerken van de klassieke rechtsverhoudingen tussen ziekenhuizen en artsen welke, in navolging van de 10 jaar geleden ontwikkelde ROKAZI-ideologie, contractueel vertaald werd in: "...geen enkele band van ondergeschiktheid, waarbij elk van beide partijen zijn eigen onvervreemdbare verantwoordelijkheid behoudt."

Tenslotte moeten we nog vermelden, in een gans andere context, dat het VBS is opgetreden tegen een verzekeringsmakelaar die al tť agressieve publiceit had verspreid om een polis rechtsbijstand tegen medische fouten aan te prijzen. De lasterlijke publiciteitsslogan "PAS OP, DAAR KOMT DE DOKTER !" leek ons al te gortig. Volgens inlichtingen bekomen bij de verzekeraar D.A.S., blijkt dit verzekerigsproduct nochtans weinig succes te oogsten bij het patiŽntenpubliek. Waaruit we afleiden dat, zelfs met harde "american style" reclame, Amerikaanse toestanden op het vlak van de medische aansprakelijkheid, bij ons nog ver verwijderd zijn. Maar, de tij kan keren want "Pas op, daar komt..."

IX. Fiscaal strookje

In 1976 introduceerde Minister van Staat Willy DE CLERCQ, toen PVV, nu VLD, het fiscale strookje.

In 1979 wou hij het onafscheurbaar maken, maar deze intentie bleef dode letter tgv. het veralgemeend protest van het medisch korps tegen de fiscale prerogatieven van de Mutualiteiten.

In mei Ď97 duikt plots een wetsvoorstel op, ingediend door de SP-kamerleden Ronny CUYT en Myriam VAN LERBERGHE, waarbij het afscheuren van het fiscaal strookje wordt verboden.

Op 04.09.97 stuurden wij aan alle parlementairen een brief waarin drie problemen worden toegelicht die hierdoor zullen ontstaan. Ze werden als schriftelijke parlementaire vraag op 12.09.97 door VLD-volksvertegenwoordiger Dr. Jef VALKENIERS voorgelegd aan de minister van Sociale Zaken Magda DE GALAN.

Het schriftelijk antwoord dat Dr. Jacques MERCKEN mocht ontvangen van de diensten van Mevr. Myriam VANLERBERGHE dd. 03.10.97, was omstandiger dan het officiŽle antwoord van Magda DE GALAN. Het resultaat was evenwel hetzelfde : er was geen reden om het wetsontwerp te wijzigen, en zonodig dient de (chronische) patiŽnt zich maar een kopieermachine aan te schaffen om zijn medische kosten te kunnen opvolgen t.o.v. de terugbetalingen door zijn mutualiteit door het maken van kopijen. Indien de fiscale strookjes nodig zouden zijn voor officiŽle instanties, dan stelde kabinetschef Jean-Marc CLOSE dd. 04.02.98 zelfs voor van deze kopijen op het stad- of gemeentehuis te laten legaliseren. Van sociale zaken gesproken !

Volkomen onverwacht verscheen dit wetje van 09.12.97 in het Belgisch Staatsblad van 23.01.98. Het ging 10 dagen later in voege, m.a.w. op 02.02.98, niet alleen voor artsen maar ook voor de andere zorgverstrekkers. Vermits deze wet een duidelijke discriminatie inhoudt t.o.v. andere vrije beroepen, wordt overwogen een verzoekschrift tot nietigverklaring in te dienen bij het Arbitragehof, eventueel samen met het Gemeenschappelijk Front van de gezondheidsberoepen.

Vermits het wetsvoorstel een zuviere S.P. aangelegenheid was, hebben onze collegae het nu over het AGUSTA-strookje.

X. Geneesmiddelensector

X.1. De magistralen

Onder de slogan dat het geld van de ziekteverzekering dient aangewend voor nuttige en efficiŽnte therapeutische stoffen, werden de magistrale bereidingen quasi uitgesloten voor terugbetaling. Vooral de psoriasispatiŽnten in behandeling bij de dermatologen, maar ook de dialyse- en osteoporasepatiŽnten moesten onverantwoord diep in de geldbeugel tasten. De Algemene Pharmaceutische Bond (A.P.B.) had tegen deze regeringsbeslissing beroep aangetekend bij de Raad van State. Onder zware druk van patiŽnten en apothekers werd een nieuw K.B. gepubliceerd (17.03.97 - B.S. 27/03/97). Jammer genoeg werd de wetgeving nog ondoorzichtiger en complexer.

X.2. Farma-njet

Als gevolg van een studiereis van ex-minister Philippe BUSQUIN naar het Canadese Saskatchewan, verscheen in het B.S. van 14.06.94 het K.B. van 08.06.94 dat het verplicht gebruik van de streepjescode invoerde voor voorschriften voor niet gehospitaliseerde rechthebbenden.

BUSQUIN startte ook het FARMANET-project dat alle gegevens over geneesmiddelenverbruik door de patiŽnten en voorschriften door de artsen zou centraliseren. De artsen waren en blijven zeer achterdochtig tegen deze Big Brother. De verbranding van de voorschriftenboekjes met bar-code en andere protestacties stierven na enige maanden uit. Alle problemen i.v.m. de bewaring van de medische privacy zouden immers via het Comitť voor evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen (K.B. 06.12.94; B.S. 07.01.95) worden opgelost.

Half november 1997 besliste minister DE GALAN plots om vanaf 01.01.98 alle gegevens samen te brengen. Hiermee wordt de privacy van de patiŽnt volkomen ondergeschikt gemaakt aan de besparingswoede van de regering en aan de evaluatie van het voorschrijfgedrag van de artsen. Deze beslissing druist in tegen een moeizaam bedongen akkoord uit 1995 tussen de minister en artsen, apothekers, wetenschappelijke verenigingen en verzekeringsinstellingen.

Het kabinet heeft steeds beweerd dat de inzameling van gegevens betreffende het geneesmiddelenverbruik nodig is om de betreffende remgelden te kunnen opnemen in de fiscale en sociale franchise. Dit blijkt een drogreden.

De zaak wordt van dichtbij opgevolgd, meer nog door de huisartsen dan door de specialisten, gezien de eerste ruim driekwart van de gebruikte farmaca voorschrijven. Dr. Theo PUTZEYS van UHAK spreekt derhalve van FARMA-NJET.

X.3. Source Informatics

De meeste Belgische artsen kregen rond 04.04.97 een briefje in de bus van de firma " Source Informatics " die wil betalen om gegevens te verzamelen over de verkoop van farmaceutische producten. Deze informatie zou worden gebruikt om de farmaceutische industrie toe te laten hun verkoop en distributie regionaal te optimaliseren. En, zo beloofde de firma, ook de vakmensen zouden er mogen gebruik van maken.

De Privacy-commissie formuleerde een negatief advies over de werkwijze van " Source Informatics ". De Orde verbood de medewerking met dit commercieel initiatief.

Dergelijke gegevens zijn natuurlijk voor artsen even zeer van cruciaal belang om in het kader van de peer review te gebruiken vb. via de LOKís. Het akkoord artsen-ziekenfondsen van 03.11.97 stipuleert trouwens dat in de schoot van de N.C.G.Z. een werkgroep wordt opgericht om gegevens te verzamelen over het geneesmiddelenverbruik.

Het is bijzonder jammer dat de gegevens van het Instituut voor Farmaco-Epidemiologie van BelgiŽ (IFEB), dat in 1990 werd opgericht, met o.m. het VBS als stichtend lid naast andere artsen- en apothekersverenigingen, niet door de overheid worden geaccepteerd. Zijn informatie kan nochtans snel en accuraat ter beschikking worden gesteld.

De Regering verkiest Farmanet, dat al honderden miljoenen heeft gekost (vb. 108 miljoen voor de eerste aangetekende zending van de voorschriften met streepjescode voor 6 maanden), maar nog geen bruikbare, want zeer laattijdige resultaten kon ter beschikking stellen.

XI. Naast economie is er ook ethiek ... en DOLLY

* Na de onvergefelijke blunder van minister van Volksgezondheid en pensioenen Marcel COLLA over het overlijden van zijn moeder in " Het Nieuwsblad " eind Ď95, ontwikkelde zich in 1997 een waardig debat over euthanasie. De basis werd gelegd door vier voorstellen van het Raadgevend Comitť voor Bio-ethiek. Naast de strafbaarheid blijft ook de vraag of palliatieve zorg euthanasie kan overbodig maken ter discussie.

Artsen zullen steeds van dichtbij betrokken zijn bij dit gebeuren dat tot voor kort taboe was. Zijn verantwoordelijkheid mag niet in het gedrang komen.

* In het Verzekeringscomitť en in tal van andere organen van het RIZIV lopen de discussies soms hoog op. In een globaal gesloten budget moet men keuzes maken. Heeft de gemeenschap 500.000 BEF per jaar over voor de behandeling van een Multiple Sclerose-patiŽnt ouder dan 50 jaar ? Waarom wordt een dure ambulante schizofreniebehandeling niet, maar de media-gevoelige triple-therapie bij AIDS ŗ rato van +/- 100.000 BEF/maand wel terugbetaald ?

Wie legt de grenzen vast wanneer beslist wordt tot onvrijwillige sterilisaties bij wilsonbekwamen ? Zijn onze ethische commissies beter opgeleid om hierover te adviseren dan vb. in Zweden ? ScandinaviŽ haalde in augustus 1997 de wereldpers met de onthutsende mededeling dat tussen 1935 en 1976 omwille van eugenetische overwegingen 60.000 vrouwen tegen hun wil in werden gestereliseerd. Speelden toen ook economische redenen mee ?

* Begin 1997 troonde een schaap op de frontpaginaís van de internationale pers en was " prime time news " in alle media. Ian WILMUT was er in geslaagd om uit de uiercellen van een Schots schaap een nakomeling te klonen. Tevens liefhebber van de country-music van PARTON noemde hij de baby " DOLLY ". Sindsdien is de discussie losgebarsten en worden er al internationale congressen aan gewijd : waarom geen mensen klonen, of koeien die in hun melk medicijnen aanmaken ten bate van de mensheid ? Elk " zoogdier " wordt door sommigen over dezelfde kam geschoren.

* Is het een wilsuiting van het volk dat BelgiŽ in de Raad van Europa geen advies kan uitbrengen over het klonen van mensen ? Of ligt de reden voornamelijk bij de minister van Volksgezondheid Marcel COLLA die zijn persoonlijke mening opdringt en het debat in het Comitť van Bio-ethiek ontloopt ? De minister is er van overtuigd dat het kweken van menselijke embryoís louter voor experimentele doeleinden aanvaardbaar is. De term " experimenteel " werd hierbij nog niet uitgediept.

XII. Interne werking en besluit

* Het aantal VBS-leden is gestaag blijven groeien en telde op 01.01.98 6.881 leden waarvan 3.458 Franstaligen, of 50,3 % van het totaal, en 3.423 Nederlandstaligen of 49,7 %.

Als illustratie heb ik de jaren 1990, 94 en 98 genomen (cfr. tabel 8). Op te merken valt dat de VBS-cijfers niet dezelfde zijn als de RIZIV-cijfers, die dan weer anders zijn dan die van het ministerie van Volkgezondheid. Meestal zijn de verschillen miniem, zoals bij de ORL (523 versus 520) (RIZIV-nota C.G.V. 97/78 dd. 17.02.97), soms wat groter, zoals in de reumatologie (162 versus 207, ibidem), een uitzonderlijke keer zijn ze sterk verschillend zoals in de klinische biologie (683 versus 518) (RIZIV-nota C.G.V. 97/328 dd. 07.10.97).

Qua aansluitingsgraad heeft dit natuurlijk belangrijke consequenties (cfr. tabel 9).

De verhouding volgens de VBS-telling versus de RIZIV-telling wat betreft de aansluitingsgraad verandert voor de ORL nauwelijks (50,4 versus 51,5 %), voor de reumatologie lichtjes (40,0 versus 43,5) en sterk voor de klinische biologie (28,4 versus 39,6). Over alle specialisten heen is de aansluitingsgraad 40,4% indien uitgedrukt t.o.v. de RIZIV-gegevens en 38,3 % indien uitgedrukt t.o.v. de VBS-gegevens.

De groei per discipline vind U in tabel 10, de groei per taalrol in tabel 11.

* In 1997 werd een VBS website geÔnstalleerd onder referentie Http://www. GBS-VBS.org. De informatie betreffende de accreditering is bijzonder handig. Maar ook meer algemene informatie is ter beschikking. We moeten het gebruik van dit medium ongetwijfeld nog optimaliseren.

* Het VBS nam deel aan het salon " ZENITH " van 03 tot 07.12.97 op de Heizel. Een aantal beroepsverenigingen participeerde actief. Er waren nog wel wat kinderziekten (de pediaters konden immers moeilijk een stand voor de 50-plussers opzetten) vooral wat betreft de audio-visuele manier van het beroep voor te stellen, maar de organisatie was toch zeer succesvol. Wij danken hiervoor in de allereerste plaats onze administratief-directeur Jos VAN DEN NIEUWENHOF, aan wie deze organisatie gedelegeerd werd.

* Individuele assistentie aan collegae en medische raden vergt elk jaar opnieuw meer en meer energie. Het aantal problemen te velde en de driestheid van sommige ziekenhuisbeheerders maar jammer genoeg ook van enkele medische raden vergt alsmaar meer juridische bijstand door onze eigen VBS-equipe.

Kortom, ik meen dat we onze ploeg oprecht moeten danken voor de onverdroten inspanningen die dagelijks en dikwijls ook avond-en nachtelijk geleverd worden. Dit komt zelden echt onder het voetlicht, maar de impact op het specialisten-welzijn is mijns inziens niet te onderschatten.

De hechte samenwerking met het bureau, het uitvoerend en het bestuurscomitť, zijn steeds opnieuw een stimulans geweest om alsmaar opnieuw de handschoen op te nemen en ons beroep, de specialistische geneeskunde en de geneeskunde in het algemeen, te blijven verdedigen.

Met dank voor uw aandacht,

Dr. M. MOENS,
Secretaris-generaal.