Chronisch Vermoeidheidssyndroom: Verband tussen Kinesiofobie en Beperkingen in Activiteiten


Drs. J. Nijs

http://www.fysionet.nl/congres2003/abstr.php?id=43

Voor het meten van bewegingsangst (kinesiofobie) bij patiŽnten met het
Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) werd de Tampa Schaal voor
Kinesiofobie (TSK) aangepast tot de TSK-CVS. In het eerste deel van deze
studie werd de validiteit van de TSK-CVS onderzocht. Vervolgens werd de
klinische relevantie van kinesiofobie bij CVS-patiŽnten onderzocht; we
gingen op zoek naar mogelijke verbanden tussen kinesiofobie enerzijds,
en beperkingen in activiteiten en inspanningscapaciteit anderzijds.

Methode
In het eerste deel van deze prospectieve studie vulden 40 opeenvolgende
CVS-patiŽnten de Utrechtse Coping Lijst (UCL), de TSK-CVS en de Baecke
Vragenlijst voor Gebruikelijke Fysieke Activiteit in. In deel 2 vulden
51 opeenvolgende CVS-patiŽnten de Nederlandstalige versie van de Chronic
Fatigue Syndrome Activities and Participation Questionnaire (CFS-APQ) en
de TSK-CVS is, om daarna een maximale, gradueel opbouwende
fietsergometerproef (continue electrocardiografische en
ergospirometrische metingen) uit te voeren. Alle patiŽnten voldeden aan
de diagnostische criteria van het Center for Disease Control voor CVS
(1994).

Resultaten
Deel 1: De Cronbach Alpha betrouwbaarheidscoŽfficient bedroeg 0.80. De
score op de TSK-CVS correleerde significant met de score op de
vermijdingsschaal van de UCL (Spearman r=0.35; p=0.029), en met de score
op de Baecke Vragenlijst voor Gebruikelijke Fysieke Activiteit (r=-0.45;
p=0.004). Deel 2: De score op de TSK-CVS correleerde significant met de
score op de CFS-APQ (r=0.39; p=0.004) ; er werden echter geen
significante correlaties tussen de TSK-CVS scores en de verschillende
inspanningsvariabelen (maximale zuurstofopname, respiratoire quotiŽnt,
maximale hartslag, duur van de inspanningsproef, etc.) geobserveerd.

Conclusie
Deze resultaten (deel 1) ondersteunen de interne consistentie, de
convergentie- en de congruentievaliditeit van de TSK-CVS. De mate van
bewegingsangst blijkt bij CVS-patiŽnten geassocieerd met beperkingen in
activiteiten/ participatieproblemen, maar niet met de
inspanningscapaciteit.

Relevantie voor de Praktijk
Deze resulaten suggereren dat de TSK-CFS een geschikt meetinstrument is
voor de fysiotherapiepraktijk. Omdat kinesiofobie gassocieerd is met
beperkingen in vaardigheden/participatieproblemen, dienen
fysiotherapeuten voorzichtig te zijn met het aanleren van
'pacing'-zelfmanagementtechnieken bij CVS-patiŽnten. We stellen voor om
pacingstrategieŽn enkel te gebruiken bij CVS-patiŽnten zonder
bewegingsangst, hetgeen we tijdens de presentatie met praktische
voorbeelden illustreren. Voor CVS-patiŽnten met kinesiofobie lijkt ons
de graduele blootstelling van de patiŽnt aan individueel aangepaste
oefeningen, die gebaseerd zijn op een graduele hiŽrarchie van
angstuitlokkende situaties, een veilige en geschikte behandelvorm.



Zaterdag 8 november 2003      Fysieke training bij patiŽnten met het
chronische-vermoeidheidsyndroom
15.30 uur     Dr. H.M. Oerlemans

Abstracts 6
Fysieke training bij patiŽnten met het chronische-vermoeidheidsyndroom
Dr. H.M. Oerlemans
http://www.fysionet.nl/congres2003/abstr.php?id=44

Er zijn in Nederland tenminste 17.500 mensen met
chronische-vermoeidheidsyndroom (CVS), door patiŽnten vaak ME
(Myalgische Encephalomyelitis) genoemd. De incidentie wordt geschat op
6000 nieuwe patiŽnten in de leeftijdscategorie 18-60 jaar per jaar. Bij
CVS gaat het om mensen met een gedurende minimaal 6 maanden bestaande
ernstige vermoeidheid, waardoor geen lichamelijke verklaring gevonden
kan worden, en die heeft geleid tot ernstige beperkingen in het
dagelijks functioneren. Andere symptomen betreffen het korte termijn
geheugen en de concentratie; een zere keel; gevoelige cervicale of
axillaire lymfeknopen; spierpijn; gewrichtspijn zonder artritis;
hoofdpijn; het niet uitgerust worden van slapen; malaise na inspanning
die meer dan 24 uur aanhoudt.
De medische consumptie bij CVS patiŽnten is hoog en
arbeidsongeschiktheid komt veel voor. Oorzaken van CVS zijn niet bekend.

Relatie met fysiotherapie:
Aangetoond is dat cognitieve gedragstherapie de klachten van patiŽnten
met CVS kan verminderen. Meldingen van fysieke en cardiovasculaire
deconditionering zijn niet eenduidig en over de meerwaarde van fysieke
training bij deze patiŽnten bestaat internationaal verschil in mening.
PatiŽnten met CVS worden niet regulier naar fysiotherapie doorverwezen.
Resultaten en conclusies onderzoek:
De oorzaak van het verschil in fysieke belastbaarheid lijkt deels te
liggen in de heterogeniteit van het ziektebeeld: met behulp van een
actometer kan onderscheid worden gemaakt in een groep 'laag-actieven'
versus een groep 'redelijk-actieven'. Voor de groep 'redelijk-actieven'
kan op fysiek terrein worden volstaan met exposure aan inspanning. De
groep laag-actieven heeft mogelijk baat bij fysieke training.

Vertaalslag praktijk:
Tijdens deze presentatie wordt ingegaan op fysiotherapeutische
invalshoek bij deze patiŽnten en met name de fysieke training,
aanvullend op cogitieve gedragstherapie, van de subgroep 'laag-actieven'