Erythrocyten morfologie Chronisch Vermoeidheidssyndroom  

 

Journal of Chronic Fatigue Syndrome, Vol. 6, No. 1, pp. 23-35, 2000.
Originele Engelstalige tekst: Fred Springfield.


Erythrocyten-misvorming en erythrocyten membraanstabiliteit zijn afhankelijk van het erythrocyten-cytogeraamte en zijn relatie met de inhoud van de cel.

Sommige interne gebeurtenissen zoals oxidatie van sulphydryl-groepen op het cytogeraamte van het membraan of de hemoglobulinemolecule zou deze relatie kunnen wijzigen en als gevolg, de membraaneigenschappen en de vorm van de cel wijzigen.

Het is dus denkbaar dat in omstandigheden waar er een aanzienlijke toename is van het voortbrengen van vrije radicalen, de vorm van de erythrocyten zou kunnen veranderen.

Wij onderzochten de mogelijkheid dat voorspelbare vormveranderingen zich voordoen in erythrocyten van patiŽnten met reumato  artritis (R.A.), een ziekte geassocieerd met vrije radicalen-schade. We onderzochten deze mogelijkheid ook bij patiŽnten met het chronisch vermoeidheidssyndroom / myalgische encefalomyelitis (C.V.S./M.E.) en of zulke veranderingen kunnen in verband worden gebracht met deze gezien in R.A..

Gebaseerd op hun erythrocyten-morfologie konden patiŽnten met M.E. in twee groepen worden ingedeeld. PatiŽnten in een van deze twee groepen hadden verhoogde aantallen van stomatocyten. PatiŽnten met RA hadden verhoogde aantallen leptocyten.

Er is al over verslagen dat M.E.-patiŽnten morfologische erythrocyten-veranderingen tonen, die door scanning electron microscopie kunnen aangetoond worden. Mukherjee et al. raporteerde een verzameling van abnormaliteiten, inclusief spherocyten en stomatocyten en een ongewone erythrocyte die ze een gekuilde spherocyte noemde, voorkomend doorheen de buitenkant van het bloed van vier van een groep van zeven M.E.-patienten.

Lloyd et al. deed een blinde studie op twaalf M.E.-patiŽnten en tien gezonde conroles. Ze noteerde occasioneel gekuilde spherocyten in vier van de patiŽnten en in geen enkele van de controles.

Simpson klassifieerde erythrocyten gevonden in M.E. in zes klassen: (a) normale erythrocyten (biconcaaf = schijven hol aan beide zijden), (b) vlakke cellen (cellen met zacht gekerfde kanten maar zonder holte of oppervlaktekenmerken), (c) cellen met oppervlakteveranderingen zoals knobbels of ribbels, (d) vroege kopvormen (bord- of komvormige cellen), (e) late kopvormen (cellen die een progressieve zwelling tonen, rond en gekuild wordend), en (f) cellen met gewijzigde kanten (cellen die hun zachte en ronde omtrek hebben verloren).

Hij vond dat M.E.-patiŽnten verhoogde aantallen van kopvormen of cellen met gewijzigde kanten en verminderde aantallen van disocyten (gezamenlijk biconcave en vlakke cellen). Zijn collegae en hij hebben ook gelijkaardige veranderingen bij M.S. gerapporteerd.

Erythrocyten-vervorming en erythrocyten-stabiliteit zijn afhankelijk van het erythrocyte- cytogeraamte en zijn relatie met de inhoud van de cel. De concentratie en de opbouw van vetten in de buiten- en binnenbladen van het membraam veroorzaken veranderingen in de erythrocytenvorm. Uitbreiding van het buitenmembraam biedt grondslag aan een tendens naar de vorming van scherpe cellen (echinocyten of acanthocyten), terwijl uitbreiding van het binnenmembraam kopvormige cellen veroorzaakt (stomatocyten). Toedienen van sommige geneesmiddelen kunnen ook vormveranderingen veroorzaken. Sommige van deze vormveranderingen zijn afhankelijk van vulling: cationische geneesmiddelen zoals chlorpromazine leidt tot stomatocyten, en anionische geneesmiddelen zoals indomethacin leidt tot echinocyten, en andere zijn onafhankelijk van vulling.

Het anti-neoplastisch geneesmiddel 5-fluorouracil heeft al aangetoond te leiden tot echinocyten met omgekeerde effecten op erythrocyten-vervorming en bloedkleverigheid.

Sommige interne gebeurtenissen zoals oxidatie van sulphydrylgroepen op de membraam- cytogeraamte-eiwitten, oxidatie van membraam vetzuuroverblijfsels of oxidatie van de hemoglobulinemolecule zouden de membraamkenmerken en de vorm van de cel kunnen veranderen. Het is dus denkbaar dat in omstandigheden waar er een aanzienlijke toename is van het voortbrengen van vrije radicalen, de vorm van de erythrocyten zou kunnen veranderen. Wij onderzochten de mogelijkheid dat voorspelbare vormveranderingen zich voordoen in erythrocyten van patiŽnten met reumatode artritis (RA), een ziekte geassocieerd met vrije radicalen-schade. We onderzochten deze mogelijkheid ook bij patiŽnten met M.E. en of zulke veranderingen kunnen in verband worden gebracht met deze gezien in R.A.. We kozen R.A., onder deze voorwaarde, als controle. We vonden dat sommige M.E.-patienten betekenisvolle morfologische veranderingen toonden. Vermits verminderde erythrocytenflexibiliteit een bijdragende factor is voor verhoogde bloedkleverigheid, onderzochten we bij M.E. en R.A. ook of bloedkleverigheid betekenisvol anders was dan normaal, en vonden geen grote verschillen bij M.E.